Shell en zijn partners Eneco en Mitsubishi willen af van een deel van hun belang in de windprojecten Borssele III en Borssele IV. Dat meldt persbureau Bloomberg.

De partijen zouden hun belang met maximaal 45% willen afbouwen. De vierde partner, bouwer Van Oord, is niet van plan zijn betrokkenheid in de windparken, die in 2020 klaar moeten zijn, te verkleinen.

Shell verwijst naar een verklaring van vorige maand, waarin het aangaf extra investeerders te zoeken, en doet verder geen mededelingen over het verkleinen van zijn belang. Het olie- en gasbedrijf zei eerder vooral een rol te zien in de cruciale bouw- en ontwikkelfase van grote windprojecten. Dat zou beter passen bij de expertise van Shell dan de exploitatie van windparken.

Eneco zegt bij de projecten betrokken te willen blijven, maar wil verder geen toelichting geven. De energieleverancier heeft voor de exploitatie een overeenkomst om de helft van de opgewekte stroom van Borssele III en Borssele IV te verkopen. De ontwikkeling van de twee windparken voor de Zeeuwse kust met een capaciteit van 680 Megawatt kost zo'n 1,4 miljard dollar.

Shell heeft gisteren verder aangekondigd voor het eerst te zullen participeren in de onderzeese opslag van CO2. Het concern doet dat samen met het Franse Total en het Noorse Statoil, dat het project gaat leiden. Het consortium wil jaarlijks anderhalf miljoen ton CO2 opslaan dat wordt afgevangen bij fabrieken in Noorwegen.

Het gaat overigens om een ‘verkennend project’. Shell en Total stellen voorlopig alleen geld en mankracht beschikbaar om een concept te ontwikkelen en een investeringsbeslissing wordt niet voor 2019 verwacht. Persbureau Bloomberg schat dat daarmee 1,3 miljard euro gemoeid zou zijn.

De partners hebben volgens Bloomberg de hoop dat het Noorse project ook CO2 van andere fabrieken in Europa kan opslaan en dat het systeem ook elders kan worden toegepast. Er zouden al gesprekken lopen om ook CO2 vanuit Rotterdam en het Britse Teesside naar Noorwegen te transporteren.

Laatst gewijzigd: 03 oktober 2017 11:42