Het Noorse staatspensioenfonds, dat gevoed wordt met olie- en gasgelden, bereikte vorige week voor het eerst een waarde van 1.000.000.000.000 dollar, ofwel 1 biljoen.

Dat heeft topman Yngve Slyngstad van fondsbeheerder Norges Bank Investment Management bekendgemaakt. Hij zei erbij dat in 1996, toen het eerste geld naar het fonds werd overgemaakt, niemand had durven dromen dat die astronomische grens ooit bereikt zou worden. De huidige waarde van de spaarpot komt neer op ruim 160.000 euro per Noorse staatsburger.

Noorwegen besloot in de jaren negentig een groot deel van de opbrengsten van de offshore olie- en gasproductie in het fonds te storten. Het idee daarbij was dat de Noorse welvaart zo op peil kon blijven, ook als de olie zou opraken. Prettige bijkomstigheid daarbij was dat het land zelf nauwelijks olie nodig heeft, omdat het dankzij waterkracht op energiegebied praktisch zelfvoorzienend is.

Slyngstad zei zelf ‘verbijsterd’ te zijn door het succes van het fonds, dat de afgelopen twintig jaar een gemiddeld nettorendement realiseerde van 4%. Dat is los van de instroom van olie- en gasgelden. Ongeveer tweederde van de waarde zit in bedrijfsparticipaties, circa 3% in vastgoed en de rest in vastrentende waarden, zoals obligaties.

De lijst van bedrijfsparticipaties omvat bijna 9.000 namen in 77 landen, waaronder grootmachten als Apple, Microsoft en Shell. Zo hebben de Noren onder meer bijna 2,5% van de totale waarde van aan Europese beurzen genoteerde bedrijven in handen. De waardeontwikkeling van het fonds is hier live te volgen.

Laatst gewijzigd: 25 september 2017 11:50