Het is niet de eerste keer dat de dollarkoers op de North Atlantic voor belangrijke verschuivingen zorgt. Deze keer zorgt de lage koers ervoor dat de Amerikanen minder invoeren. De Europese export naar de VS die de afgelopen jaren veel groter was dan het eastboundverkeer, staat al een tijdje onder druk. In deze richting worden vooral chemicaliën vervoerd. Andere belangrijke goederensoorten zijn dranken, machines, auto-onderdelen en meststoffen. Volgens de Britse consultant MDS Transmodal is de invoer uit Noorden Zuid-Europa in Noord-Amerika vorig jaar met ruim 3 procent gezakt naar 4,33 miljoen teu. Ook dit jaar zouden de volumes lichtjes afnemen.
Als gevolg daarvan staan de tarieven onder druk. De daling ervan is niet spectaculair maar viel voor de reders vorig jaar wel ongelukkig samen met een enorme stijging van de bunkerkosten.
De Amerikaanse export naar Europa is vorig jaar volgens MDS Transmodal met 13 procent gestegen naar 3,06 miljoen teu. Omdat de uitvoer van de VS op alle bestemmingen toenam, was er op bepaalde momenten zelfs een tekort aan lege containers in het land. Dit jaar zou de export naar Europa opnieuw zo'n 10 procent groeien. Het laat de reders toe om hun tarieven verder te verhogen. Er was al een forse stijging, maar de prijzen lagen dan ook een stuk lager dan de westboundtarieven. In tegenstelling tot de trade tussen het Verre Oosten en Europa waar al veel diensten zijn gesneuveld, is het betrekkelijk rustig op de North Atlantic. Daar werd de overcapaciteit immers al in maart vorig jaar gecorrigeerd toen zowel de Liberty Bridge van het duo CMA CGM/China Shipping als de NEX Service van Evergreen en Zim werden gestaakt.
In november hebben Cosco, Yangming, "K„ Line en Hanjin hun capaciteit op het vaargebied nog aangepast. Vier schepen van 2.878 tot 3.330 teu werden vervangen door kleinere eenheden. De gemiddelde wekelijkse capaciteit van hun TAS1 dienst ging daardoor van 3.060 naar 2.725 teu. Dat er begin vorig jaar op de North Atlantic te veel capaciteit was, heeft vooral te maken met het feit dat een aantal grote containerreders in 2006 met eigen tonnage op de route aantrad. CMA CGM, China Shipping en Zim vonden dat ze als ambitieuze global carriers op alle oost/west-routes actief moesten zijn en hadden een trans-Atlantisch hiaat te vullen. Van hun nieuwe diensten is alleen de Victory Bridge van CMA CGM en China Shipping in samenwerking met Evergreen op de South Atlantic overgebleven. De Liberty Bridge van CMA CGM en zijn Chinese partner werd bijna een jaar geleden stopgezet. De Franse carrier sloot toen een slotcharterakkoord met Maersk Line en krijgt wekelijks 900 teu op diens TA3 Service. CMA CGM heeft de samenwerking met de Denen overigens eerder dit jaar nog doorgetrokken naar de trade tussen het Middellandse Zeegebied en de VS. Het liet beide partners toe om zeven schepen op de route weg te halen.
De stopzetting van de Liberty Bridge viel ongeveer samen met het einde van de NEX Service van Zim en Evergreen Line. Beide reders leverden vanaf de zomer van 2006 elk twee schepen voor een wekelijkse dienst uit Antwerpen, Hamburg, Rotterdam en Liverpool naar New York, Norfolk en Savannah. Evergreen houdt op de North Atlantic zijn NUE Service over, waarvan de capaciteit overigens groter is. Zim besloot met de Grand Alliance in zee te gaan. In de ATX-loop van Hapag-Lloyd, NYK en OOCL werden als gevolg van de komst van Zim aanzienlijk grotere schepen ingezet. De Israëlische rederij heeft overigens ook nog ruimte op de TAS1 Service van de CKYH groep.
De Grand Alliance heeft behalve de ATX nog drie andere wekelijkse lijndiensten op het vaargebied. Hapag-Lloyd is op deze route duidelijk de spil in de groep. De Duitse rederij levert niet alleen bijna alle schepen, maar wisselt ook nog eens slots met ACL en is marktleider voor de bediening van Montreal. Dat laatste heeft te maken met de overname van CP Ships, dat via Canmar en Cast altijd een grote aanwezigheid op de Saint-Lawrence heeft gehad. De rederij werkte daar samen met Hapag's alliantiepartner OOCL. Ook op de South Atlantic kon Hapag zijn positie door de overname van CP Ships gevoelig versterken, want daar waren vroeger de CP-dochters Lykes en TMM actief. Net als Hapag-Lloyd kon ook Maersk zijn marktaandeel verhogen door de overname van een Amerikaanse rederij (SeaLand). De Denen hebben drie eigen diensten op het vaargebied en kunnen een pendulumdienst van de New World Alliance verkopen als vierde loop, merknaamTA1. Elders op de pagina staat een overzicht van alle containerdiensten. De lijst beperkt zich tot de wekelijkse diensten en omvat dus geen lijnen met een lagere frequentie (bv Atlanticargo).
Door de kredietcrisis worden er op de North Atlantic voorlopig geen grote initiatieven verwacht. ACL wil zijn conro's uit 1984/1985 wel vervangen door nieuwbouw. De deur van eigenaar Grimaldi wordt nu platgelopen door werven die op dit order azen.