De voorstellen van de Europese Commissie voor een beter functionerende markt in het wegvervoer zijn een 'dappere poging' om misstanden aan te pakken. Maar ze leiden niet tot het doel.

Dat zegt Transport en Logistiek Nederland (TLN) aan het adres van de Tweede Kamer, die deze dinsdag over de Brusselse voorstellen vergadert. De organisatie is het eens met een aanpak van het probleem bij de kern: oneerlijke concurrentievoorwaarden in het wegvervoer.

Maar daarvoor moet wetgeving duidelijker en beter handhaafbaar worden. Dat gebeurt nu niet, zegt TLN, en dat zal slecht uitpakken voor de Nederlandse transportsector. Brussel zorgt met zijn plannen niet voor een vrij goederenverkeer dat op basis van gelijke voorwaarden plaats heeft.

De voorstellen van de Commissie komen volgens TLN neer op een 'verruiming' van de voorwaarden waaronder transportbedrijven uit Oost-Europa op de Nederlandse markt actief mogen zijn. Dat gaat ten koste van Nederlandse bedrijven die in '80%' van de gevallen in een straal van 300 kilometer rondom de Domtoren hun werk doen.

TLN heeft 'zorgen' over de door de Commissie voorgestelde nieuwe detacheringsrichtlijn. Die schrijft voor dat chauffeurs die meer dan drie dagen in een 'gastland' werkzaam zijn, worden beloond volgens de normen van dat land. Dat zal er volgens de organisatie toe leiden dat bedrijven hun chauffeurs straks wel in vier of vijf lidstaten moeten registreren, zelfs voor elke rit die ze uitvoeren.

Het 'nomadenbestaan' dat chauffeurs, vooral uit Oost-Europa, leiden is het 'echte probleem', zegt TLN. Brussel doet geen harde voorstellen om dit aan te pakken. 'Door te sleutelen aan cabotage en de detacheringsrichtlijn op de manier die de Commissie voorstelt, wordt de nationale markt nog meer overspoeld door Oost-Europeanen die het werk van relatief dure Nederlanders overnemen.'

Laatst gewijzigd: 27 juni 2017 14:33