'Reshoring', het terugbrengen van de productie van goederen uit Azië naar Europa, biedt de Nederlandse transportsector op termijn kansen. Snel gaat het met die reshoring echter nog niet.

Dat zeggen onderzoekers van ABN Amro. In een 'sector update' stelt de bank vast dat delen van de productie van bijvoorbeeld kantoormachines, schoenen en dames- en meisjeskleding meer en meer uit verre werelddelen wordt teruggehaald naar onder meer Oost-Europa.

Het onderzoek van de bank is deels gebaseerd op een studie van de Europese Centrale Bank (ECB) naar de sinds de mondiale economische crisis van 2008 flink teruggevallen wereldhandel. Die zou deels zijn toe te schrijven aan een veranderende productieketen.

In de periode 1996-2008 werd de productieketen steeds meer gefragmenteerd, omdat de lage loonkosten in verre delen van de wereld de meerkosten van extra vervoer ruimschoots compenseerden. De studie haalt een hilarisch voorbeeld aan dat door onderzoeker Mark Johnson van de Warwick Business School werd opgevoerd.

Johnson stelde vast dat een tennisbal die wordt gebruikt op Wimbledon tijdens de productie 81.385 kilometer aflegt, terwijl het hoofdkantoor van de tennisballenproducent op slechts 250 kilometer afstand van de tennisbanen in Zuid-Londen ligt.

De onderdelen van de tennisballen vliegen tussen elf landen en vier continenten om uiteindelijk in de Filipijnen in elkaar te worden gezet. Tennissers zullen deze ballen tijdens hun partijen nooit over zulke enorme afstanden kunnen verplaatsen, al was het maar omdat het speeltuig om de zeven games wordt vervangen.

Maar sinds 2008 is de fragmentarisering van productieketens verminderd, constateert de ECB. Het productieproces kon bijna niet over meer landen worden verspreid dan in 2008 het geval was. Bedrijven gingen delen van de productie ook weer dichter bij huis, bij de markt, halen omdat loonkostenvoordelen die op verre locaties konden worden behaald, verminderden.

Dit had gevolgen voor de wereldhandel. Zo werd een deel van de elektronica die in China werd geproduceerd, voortaan in Oost-Europa gemaakt. Het logische gevolg was dat het zeetransport aandeel verloor aan het landvervoer. Op grote schaal gebeurt dat nog niet, stellen de onderzoekers van ABN Amro vast.

'Voor dames- en meisjeskleding geldt dat vooral de import uit China en Turkije is afgenomen, terwijl de import uit Duitsland en België flink is toegenomen. De import van schoenen uit China is afgenomen en de import uit Duitsland en het Verenigd Koninkrijk is toegenomen.'

Het effect daarvan zagen we, aldus nog steeds het bankonderzoek, in de wat tegenvallende containeroverslag in Rotterdam. Die nam vorig jaar nog wel iets toe, maar minder dan in voorgaande jaren. De herkomst van een deel van de er overgeslagen goederen zou dat kunnen verklaren.

De invoerwaarde van uit Oost-Europa geïmporteerde goederen nam tussen april vorig jaar en maart dit jaar met 3,9% op jaarbasis toe, terwijl die van uit China afkomstige lading maar met 1,9% steeg. Dit is echter een nog vrij zwak bewijs van reshoring. Er zijn daarvoor 'nog geen duidelijke aanwijzingen', zegt de bank.

Op termijn kan reshoring veld winnen en dat speelt de Nederlandse landtransportsector in de kaart. 'Doordat producten dichter bij huis worden geproduceerd, zullen meer producten via de binnenvaart en het weg- en spoorvervoer worden vervoerd. Ook shortsea shipping zal daarvan profiteren.'

Laatst gewijzigd: 26 juni 2017 11:38