Nederland is bereid te kijken naar de hoogte van de gebruiksvergoeding voor het spoor als Duitsland dat tarief verlaagt.

Dit zegde demissionair staatssecretaris Sharon Dijksma van Infrastructuur en Milieu donderdag de Tweede Kamer toe.

Tijdens een vergadering met de Vaste Kamer Commissie voor Infrastructuur en Milieu stelde Dijksma dat bij een verlaging van het Duitse tarief Nederland ‘natuurlijk daarnaar gaat kijken bij het vaststellen van de hoogte van de heffing’. Maar, waarschuwde ze, de verhalen over de Duitse prijsaanpassing zijn nog slechts geruchten en ‘niet meer dan dat’. Ook maande ze Kamerleden niet te vroeg te juichen. De toezegging ernaar te kijken bij vaststelling van het Nederlandse tarief is een voornemen en nog geen besluit, aldus de demissionaire bewindsvrouw.

In Duitsland wordt gesproken over een halvering van de gebruiksvergoeding.

 

Het Havenbedrijf Rotterdam en KNV Spoorgoederenvervoer waarschuwden onlangs voor de gevolgen van een Duitse prijsverlaging voor het Nederlandse spoorvervoer. ‘Nederland pas op je zaak. Als in Duitsland de tarieven omlaag gaan, wordt de positie van de Betuweroute uitgehold’ , zei voorzitter Aart Klompe van KNV Spoorgoederenvervoer. De Duitse en Nederlandse tarieven zijn nu op vrijwel gelijke hoogte.

Jan Middendorp, Tweede Kamerlid voor de VVD, wilde daarnaast van de staatssecretaris weten of de vertraging van de aanleg van de Duitse aansluiting op de Betuweroute negatieve gevolgen heeft voor de Nederlandse havens en industrie. De bouw van het derde spoor in Duitsland is van start gegaan, maar oplevering ervan heeft verschillende jaren vertraging opgelopen. Het is nog ongewis wanneer de aansluiting klaar is.

Dijksma verklaarde geen aanwijzingen te zien dat dit de Duitse zeehavens zou bevoordelen en de positie van de Rotterdamse haven en in het bijzonder Maasvlakte 2 schade toebrengt.

 

Laatst gewijzigd: 22 juni 2017 16:19