Het verhogen van bruggen ten behoeve van de containerbinnenvaart in Nederland is vrijwel nergens rendabel.

Dat schrijft minister Schultz aan de Tweede Kamer. De kosten van hogere bruggen over de Nederlandse vaarwegen ten behoeve van de containervaart met drie of vier lagen zijn vrijwel overal hoger dan de baten, blijkt uit een analyse, die haar ministerie heeft uitgevoerd.

De binnenvaart dringt er al jaren op aan om weg- en spoorbruggen over de vaarwegen te verhogen, zodat schepen meer containers tegelijk kunnen vervoeren. Daarin speelt vooral de opkomst van de 30 centimeter hogere high cube containers een rol. Daardoor zou de doorvaarthoogte op vierlaags trajecten van 9,10 naar 10,5 of 11,05 moeten en op drielaags trajecten van 7,0 naar 7,88 of 8,50 meter.

Maar uit het onderzoek blijkt dat de zogenoemde kba-score op de meeste trajecten negatief is. Die score geeft aan hoeveel rendement per geïnvesteerde euro valt te verwachten. Grootste bottleneck blijken spoorbruggen te zijn. Het verhogen van bestaande bruggen is lastig omdat de hellingshoek voor de treinen dan meestal te groot wordt, zodat het volledig vernieuwen van de bruggen en toevoersporen vaak de enige optie is.

De minister laat toch op vier routes vervolgonderzoek doen, omdat die onder bepaalde omstandigheden mogelijk toch een positieve score laten zien. Dat zijn Westerschelde-Rijn, Amsterdam-Rotterdam, Amsterdam-Noord-Nederland en de Maasroute tussen Weurt en Born. Daarvan laat de eerste de beste score zien met een kba-ratio van 0,9 bij hoge economische groei. Dat betekent dat er voor een geïnvesteerde euro in principe maar 90 cent terugkomt.

De trajecten Amsterdam-Rotterdam en Amsterdam-Noord-Nederland doen het met een score van rond de 0,5 nog een stuk minder. Maar als er gerekend wordt met een lagere rentevoet en een grotere verschuiving van het containervervoer van de weg naar de binnenvaart kan het verhogen van bruggen toch net rendabel worden.

Laatst gewijzigd: 03 mei 2017 15:12