Luchtvaartmaatschappijen van buiten de Europese Unie moeten net zo goed meedoen aan de geplande handel in CO2-emissierechten als carriers uit de Unie zelf.

Dat stelt de advocaat-generaal bij het Europees Hof van Justitie, Juliane Kokott. Dat de Europese Commissie luchtvaartbedrijven uit niet-lidstaten wil laten meedraaien in de emissiehandel vindt Kokott 'rechtmatig'.

Maatschappijen uit bijvoorbeeld China, India en de Verenigde Staten protesteren fel tegen het systeem voor handel in CO2-emissierechten dat de Europese Commissie volgend jaar wil invoeren. China heeft zelfs al gedreigd met tegenmaatregelen tegen Europese maatschappijen.

De advocaat-generaal van het Hof in Luxemburg vindt het echter terecht dat ook niet-EU-carriers worden gedwongen mee te doen en keurt ook goed dat als ze dit weigeren, hun de vergunning om op de Europese Unie te vliegen wordt ontnomen. Gewoonlijk worden adviezen van de advocaat-generaal door het Hof overgenomen.

Kokott schreef haar advies in dit geval in een rechtzaak die bij het Hooggerechtshof van Engeland was aangespannen door de ATA, de brancheorganisatie van Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen. De ATA begon dit geding om de verplichte deelname van haar leden aan de emissiehandel van tafel te krijgen. De Britse rechter heeft vervolgens de hoogste Europese rechter om advies gevraagd. Dat advies is voor lagere rechters niet bindend, maar ze moeten er hun oordeel wel op afstemmen.

Laatst gewijzigd: 07 oktober 2011 11:51