Biecht eens op, wie van jullie zit zwaar in Bitcoins? Heb je ze eind 2016 voor pakweg duizend dollar gekocht, dan heb je het goed gedaan.

De laatste notering ligt tussen de elf- en twaalfduizend dollar, voor een munt die fysiek niet eens bestaat, waar geen bank het beheer over heeft en waarop geen enkele centrale bank het toezicht houdt. Sinds maart dit jaar is de waarde van de Bitcoin asymptotisch omhoog gegaan. Gaat die asymptoot verder naar boven, dan wordt het, voor normale beleggers althans, tijd om de helft van de belegging maar te verkopen.

Verstandige mensen doen dat, die pakken nu en dan hun winst in aandelen, deviezen en grondstoffen zonder op zoek te gaan naar de jackpot. Zou ik tien Bitcoins bezitten, dan zou ik er nu de helft van verkopen. Maar u begrijpt het al. Als meer beleggers er zo tegenaan kijken, stort de koers van de munt omgekeerd asymptotisch in en zitten andere beleggers in het schip. Dat kan ook op reële effectenbeurzen tot een baisse leiden, muntstelsels ontwrichten en economieën in een dal sturen.

Mathijs Bouman, één van mijn favoriete tv-economen, bracht het deze week helder onder woorden. Je stapt in bij de Bitcoin en hoopt op een koersstijging om, als je de Bitcoin nodig hebt voor werkelijke investeringen, per saldo geld over te houden. ‘Dat is speculatie’, zegt Bouman. Nu is een beetje speculatie misschien niet verkeerd – vermoedelijk zou de wereld er zelfs bijna niet buiten kunnen – maar gezonde investeringen, met de belofte van keurige dividenden, hebben de planeet goed, en zonder al te veel risico, vooruitgeholpen.

De enorme koersstijging van de Bitcoin doet sommigen in Nederland denken aan de tulpenmanie uit de jaren dertig van de zeventiende eeuw. Voor nieuwe tulpensoorten werden in die tijd bizarre prijzen geboden; een tulpenbol kon de waarde van een compleet en chic gelegen woonhuis bereiken. Een andere associatie is die met de financiële crisis die in 2007 uitbrak en de wereldeconomie in het ravijn stortte.

In het verleden waren er meer muntstelsels die zich aan het officiële geldstelsel onttrokken. Ze berustten meestal op drijfzand. Veel succesvoller waren de ruilsystemen: ik twintig kippen, jij een varkentje. Dat is een eerlijke transactie, zonder dat je er euro’s, ponden, dollars, yuan of rand voor nodig hebt. No coin, not a bit.

Laatst gewijzigd: