Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft enkele weken geleden bepaald dat een chauffeur terecht op staande voet was ontslagen. Wat speelde er?

De werknemer, in dienst als chauffeur bij een bedrijf dat zich bezighoudt met de distributie van automaterialen en gereedschappen, is op staande voet ontslagen, omdat hij op de eerste werkdag na zijn vakantie zonder bericht niet op zijn werkplek was verschenen.

De werkgever had de werknemer voordien meerdere malen telefonisch proberen te bereiken en hem zowel per e-mail als per aangetekende post gesommeerd zo spoedig mogelijk zijn werk te hervatten. De werknemer heeft geen gehoor gegeven aan deze oproepen, tot hij op maandag 29 augustus 2016 op het werk verscheen. Er heeft toen een gesprek tussen werknemer en werkgever plaatsgevonden. In dat gesprek gaf de werknemer aan dat op zijn vakantie in Griekenland de versnellingsbak van zijn auto kapot is geraakt en hij deze heeft moeten laten repareren voor hij terug naar Nederland kon komen. Uiteindelijk heeft hij de overtocht van Griekenland naar Italië pas op 26 augustus 2016 kunnen maken. Daarnaast stelde de werknemer dat hij zijn telefoon tijdens de vakantie was kwijtgeraakt en wegens problemen in de privésfeer heeft hij er niet aan gedacht telefonisch contact op te nemen. Afgesproken werd dat de werknemer de volgende dag na het gesprek met bewijs van zijn stellingen zou komen. Op 30 augustus 2016 heeft de werknemer alleen een bootticket van de heenreis naar Griekenland verstrekt en aangegeven dat meer bewijs zou volgen, maar dat hij daar meer tijd voor nodig had. De werknemer is daarop op staande voet ontslagen. 
 
De werknemer vecht zijn ontslag tevergeefs aan bij de kantonrechter en gaat vervolgens in hoger beroep. Het Gerechtshof is het met de kantonrechter eens en neemt als uitgangspunt dat het niet verschijnen op werk in beginsel een dringende reden tot ontslag kan opleveren. De werkgever moet er immers op kunnen vertrouwen dat een werknemer zich houdt aan de gemaakte afspraken. Het komt aan op de vraag of de omstandigheden van het geval ook het ontslag rechtvaardigen. Als verweer beroept de werknemer zich op overmacht, de versnellingsbak van zijn auto is stukgegaan, wat hem verhinderde tijdig naar Nederland terug te gaan. De werknemer heeft naar het oordeel van het Gerechtshof niet aannemelijk gemaakt dat sprake is geweest van toereikende overmacht. Ook bij verlies of een defect van de eigen mobiele telefoon zijn genoeg andere mogelijkheden om contact te zoeken met de werkgever vanuit Griekenland. De werkgever heeft aangekaart dat de werknemer eerder een officiële waarschuwing heeft gehad wegens onbereikbaarheid, ook dat speelt een rol. Tot slot kan het verweer van de werknemer inhoudende dat te weinig tijd – namelijk één dag – om bewijs te brengen door de werkgever is geboden, niet baten. De werknemer had kunnen verwachten dat de werkgever op zijn minst een factuur van de Griekse garage zou willen zien met betrekking tot de noodzakelijke reparatie. Het Hof komt tot het oordeel dat het gegeven ontslag op staande voet gerechtvaardigd was. 
 
Ontslag op staande voet is een verstrekkende maatregel. Dat maakt dat een werkgever daar doorgaans zeer terughoudend mee dient om te gaan. Een loonstop en/of een waarschuwing kan in bepaalde situaties als sanctie worden opgelegd. In andere gevallen, zoals in deze kwestie, waarin een werknemer het wel erg bont maakt en zich onttrekt van zijn verplichting uit de arbeidsovereenkomst, de verplichting om werkzaamheden te verrichten, is een beëindiging van de arbeidsrelatie met onmiddellijke ingang een passende maatregel.  

Laatst gewijzigd: