Dat ik geen groot voorstander ben van de Brexit, steek ik niet onder stoelen of banken. Dat ik verbaasd ben over de naïeve en eendimensionale houding van de UK ook niet.

Toch kan ik me de frustratie over de EU best goed voorstellen. Iedereen is er wel van overtuigd dat de ‘E’ in de EU voor ‘Europese’ staat. Maar dat de ‘U’ voor Unie staat is niet onomstreden. 

Vorige week sprak ik met een Italiaanse collega over de uitleg die de Italiaanse douane geeft aan de nieuwe douanewaardebepalingen. Daarover is al veel geschreven, met name over de afschaffing van de ‘first sale’. In het kort: onder het CDW kon de douanewaarde (transactiewaarde) van ingevoerde goederen worden vastgesteld op basis van de verkoopprijs van de goederen. Maar als een goed meerdere malen was verkocht voordat het werd ingevoerd, mocht je onder bepaalde voorwaarden kiezen welke verkoopprijs je wilde gebruiken als basis voor de douanewaarde. Met wat nauwkeurige planning kon een Europese importeur de aankoopprijs van zijn leverancier gebruiken als basis voor de douanewaarde. Die was normaal gesproken lager dan de doorverkoopprijs. Er was veel kritiek op deze systematiek, omdat daardoor niet altijd de volledige economische waarde van het ingevoerde goed werd belast. Het WCO heeft hierover gezegd dat de douanewaarde moet worden gebaseerd op een verkoop aan iemand die in de EU is gevestigd. En dat is normaliter de importeur. Om dat te bewerkstelligen is de hoofdregel in het DWU dat de douanewaarde wordt vastgesteld op basis van de verkoop die onmiddellijk voordat de goederen het douanegebied zijn binnengebracht, heeft plaatsgevonden.
 
Maar wat nu als een EU-importeur de goederen zelf ook al heeft doorverkocht? Met de nieuwe definitie zou ook die doorverkoop in beeld komen voor de douanewaarde. Dat voelt onrechtvaardig aan, omdat dan niet de aankoopprijs van een importeur wordt belast, maar zijn verkoopprijs. Dan gaan we ook EU-winsten belasten bij invoer. Iedereen was het erover eens dat dit niet de bedoeling kon zijn. Om die reden heeft de Europese Commissie een Guidance Document geschreven waarin wordt gesteld dat transacties tussen twee EU-partijen worden gezien als ‘domestic sales’ en om die reden niet als bepalend voor de transactiewaarde kunnen dienen. 

Douaneland kreeg een mooi compromis: ‘first sale’ niet meer mogelijk, ‘domestic sale’ niet meer belast. Tot zover de theorie. Nu blijkt dat verschillende lidstaten inmiddels het standpunt innemen dat de introductie van de ‘domestic sale’ onwettig is. Die staat namelijk heel summier beschreven in een Guidance Document, maar nergens in de wetgeving. En formeel gezien is dat slechts een mening van de Europese Commissie. Terwijl de wetgeving vrij helder is en nergens ook maar een woord rept over dat een ‘domestic sale’ onbelast moet blijven. En zo worden importeurs in verschillende lidstaten van de EU anders behandeld als zij goederen invoeren. In Nederland kun je als EU-importeur gewoon je aankoopprijs gebruiken. In Italië zul je je verkoopprijs moeten gebruiken als douanewaarde. Om het complex te maken, kan die mening ook weer verschillen per douanedistrict. 

Ik was altijd in de veronderstelling dat het DWU stond voor het Douanewetboek van de Unie. Maar daarvoor moet toch wel sprake zijn van uniformiteit op gebied van beleid en uitleg van wetgeving. Vanzelfsprekend zullen de lidstaten goede redenen hebben om een eigen invulling te willen geven aan het DWU. Maar daarmee worden de beginselen van de EU op losse schroeven gezet. Of hadden de Britten misschien toch een punt en staat de ‘U’ in EU inderdaad voor Utopie? 

Laatst gewijzigd: