Voor de tweede maal in korte tijd liep een schip vast in het Nauw van Bath, een flessenhals in de Westerschelde vlak voor de haven van Antwerpen.

Nadat er in augustus een groot containerschip vast kwam te liggen, strandde nu op vrijwel dezelfde plek een tanker, die (gelukkig?) niet geladen was.

Zoals er vijf weken geleden en masse mensen naar de dijk bij Bath trokken om het vlottrekken van de ‘CSCL Jupiter’ te bekijken, trok er ook ditmaal een menigte de oeverbeschermingen op. Een droogliggend schip is nu eenmaal een imposant gezicht.

Juist omdat deze strandingen op zo’n zichtbare locatie plaatsvonden, konden de betrokken instanties (onder andere Rijkswaterstaat, Veiligheidsregio Zeeland, de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit en Havenbedrijf Antwerpen) rekenen op roodgloeiende telefoons en kritische vragen van de pers. Het was immers de tweede stranding in korte tijd. 

Maar de communicatie over het ongeval was verre van op orde, met uitzondering van die van Havenbedrijf Antwerpen, dat kort na het ongeval al een redelijk volledig verhaal gaf.

Rijkswaterstaat en Veiligheidsregio Zeeland konden beide vertellen dat er tijdens hoogwater een nieuwe reddingspoging ondernomen zou worden, maar wat er was gebeurd bleef grotendeels onbekend. Een aanvaring was er geweest, maar hoe en wat, dat wisten zij niet.

Veiligheidsregio Zeeland had in eerste instantie foute informatie over het ongeval op de website staan en schilderde de aanvaring tussen de tanker ‘Seatrout’ en het bulkschip ‘Usolie’ af als een aanvaring tussen een op- en afvarend schip, terwijl AIS-gegevens toonden dat beide schepen afvarend waren. Daarop gewezen vond een woordvoerster van Rijkswaterstaat dat er niet moeilijk moest worden gedaan over een foutje.

Het is begrijpelijk dat dergelijke organisaties zich niet uitlaten over een schuldvraag of andere verzekeringstechnische bijkomstigheden, maar een feitelijke beschrijving van de gebeurtenis, nog zonder een schuldige aan te wijzen, zouden alle betrokken partijen moeten kunnen geven. In dit geval had dat moeten zijn: de tanker ‘Seatrout’ was in de Bocht van Bath de bulkcarrier ‘Usolie’ aan het oplopen, maar kwam toen hij moest uitwijken voor een opvarend schip te dicht in de buurt, wat leidde tot een aanvaring en vervolgens een stranding. Die informatie was voor handen.

Beide strandingen hadden geen slachtoffers of ernstige effecten op het milieu als gevolg, waardoor de ernst meeviel. Maar wat als dit wel het geval was geweest? 

Bij het beheer en toezicht op de Westerschelde zijn veel organisaties betrokken. Het is hen aan te raden om voor dit soort ongevallen een degelijk, gezamenlijk communicatieplan op te zetten. 

Laatst gewijzigd: