Een in Japan gevestigde producent van industriële pompen verkoopt op basis van de Incoterm FOB een partij van 1.140 industriële pompen plus onderdelen aan een partij die in België is gevestigd.

Het geheel wordt in een twintigvoets container geladen en per schip naar Antwerpen vervoerd. De container met inhoud reist derhalve na belading aan boord van het zeeschip in de haven van vertrek, voor rekening en risico van de koper. Een Nederlandse expediteur krijgt de opdracht om het verdere vervoer vanaf de haven van Antwerpen naar de eindbestemming binnen België te regelen.

De container komt in Antwerpen aan. Een door de expediteur ingeschakelde Belgische vervoerder haalt de container in de haven op en plaatst deze met chassis en al vrijdagavond op zijn terrein. De maandag daarop blijkt dat de container, het chassis en de lading niet meer aanwezig zijn. Het terrein is afgesloten met een poort en ter hoogte hiervan is een camera geplaatst.

Camerabeelden laten zien dat zich in de nacht van zondag op maandag een tweetal personen bij de op dat moment geopende poort bevinden. Later betreedt een witte trekker het terrein. Deze rijdt niet veel later weg, het chassis en de container aangekoppeld. Helaas leveren de beelden van de camera geen nadere identificatiemogelijkheden op. Later wordt het chassis met de inmiddels leeg gehaalde container langs de kant van de weg teruggevonden. Al met al resulteert dit in een schade voor de koper van 342.000 euro.

Enkele weken later bieden personen met de Poolse nationaliteit een partij pompen als ‘faillissementspartij’ aan bij een gerenommeerde handelaar in Duitsland. Deze vertrouwt de zaak niet en informeert de autoriteiten. Uiteindelijk zetten betrokkenen een pseudokoop op, waarbij de pompen aan de hand van serienummers worden geïdentificeerd als afkomstig van de diefstal in België. Naar aanleiding hiervan worden de Poolse autoriteiten geïnformeerd en deze slagen erin de plaats van opslag te achterhalen. Een groot gedeelte van de gestolen pompen blijkt nog aanwezig te zijn en zelfs in goede conditie te verkeren. De autoriteiten leveren ze naderhand weer uit aan de koper.

De ingeschakelde expert stelt de waarde van de nog vermiste pompen plus onderdelen vast op 108.000 euro. Het gewicht bedraagt 3.954 kg. De Belgische vervoerder wordt aansprakelijk gesteld en aangesproken. Daar bij vervoer over de weg binnen België de CMR van toepassing is, kan de vervoerder zijn aansprakelijkheid beperken tot ongeveer 41.475 euro. Zo is de diefstal opgelost dankzij een goede samenwerking tussen de diverse partijen en de autoriteiten. Gestolen goed gedijt weer eens niet. 

Laatst gewijzigd: