Havenbedrijf Rotterdam heeft al zo’n 25 gegadigden voor een plek op het zeventig hectare grote offshore-centrum dat op de Maasvlakte wordt gebouwd.

Dat vertelde president-directeur Allard Castelein bij de presentatie van de halfjaarcijfers, die een groei van 3,9% tot 238 miljoen ton lieten zien. Volgens hem gaat het niet alleen om kandidaten uit de offshore windsector, maar ook om spelers die zich op de decommissioning-markt  richten, de verwijdering en sloop van oude offshoreconstructies.

Castelein verwacht dat die markt de komende jaren een stevige impuls krijgt als de prijs van ruwe olie op het huidige relatief lage niveau blijft. Voor veel partijen is olie- en/of gaswinning de Noordzee dan niet meer rendabel en zullen ze hun platformen moeten laten opruimen. De havendirecteur verwacht dat er ‘misschien wel dertig miljard’ nodig is voor een grootscheepse opruimactie van de Noordzee.

Het grootste deel daarvan zal terecht komen in Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk, omdat in de Noorse en Britse wateren de meeste en ook de grootste platformen staan. Beide landen hebben ook al slooplocaties ingericht. Volgens hem kan Rotterdam wel een rol van betekenis spelen op de markt voor het opruimen van de kleinere platformen uit het zuidelijk deel van de Noordzee.

De bouw van het Offshore Center, zoals het officieel gaat heten, begint volgende maand met het opspuiten van zeven miljoen kubieke meter zand door de aannemerscombinatie Puma van Van Oord en Boskalis. De bouw van de kades begint medio volgend jaar en ongeveer een jaar later moeten de eerste bedrijven zich er kunnen vestigen.

Laatst gewijzigd: 21 juli 2017 12:09