Albert Straatman werd tijdens het jaarlijkse RPPC Havendiner gepresenteerd als nieuwe directeur van Rotterdam Port Promotion Council (RPPC). Na drie maanden is het tijd voor een interview.

Is een havendiner nou de ideale gelegenheid om jezelf te presenteren als nieuwe directeur?
Ja en nee. Ik viel natuurlijk met mijn neus in de boter, iedereen die een rol heeft in de haven was er. Maar aan de andere kant kon ik de verschillende mensen nog niet plaatsen. Ik kreeg heel veel visitekaartjes, maar kwam pas later tot een overzicht. Wat me toen echter al opviel, is dat iedereen heel open reageerde. Ik werd door vrijwel iedereen meteen uitgenodigd voor een persoonlijke kennismaking. De opmerking ‘als ik wat voor je kan doen, moet je het me zeggen’, hoorde ik veel – en hoor ik nog steeds vaak. Die openheid is, denk ik, typerend voor de Rotterdamse havenomgeving. Het leidde tot meer dan zestig afspraken in de afgelopen drie maanden.

Een directeur van RPPC is vooral een netwerker.
Onze rol is het verbinden van bedrijven. Met elkaar en met andere organisaties. Niet alleen in het Rotterdamse, maar vooral ook in het achterland. Het RPPC organiseert activiteiten, opdat we de krachten bundelen.

Het achterland is voor een groot deel ook Duitsland.
Ik heb vóór dit gesprek begon net drie uur Duitse les achter de rug. Niet omdat mijn Duits zo slecht is, maar omdat ik me in het Duits net zo goed wil kunnen uiten als in het Nederlands. Ik heb tijdens de beurs Transport Logistics in München niet alleen gemerkt hoe belangrijk Duitsland voor de haven en (dus) voor het RPPC is, maar ook dat het belangrijk is ons daar goed te presenteren.

Wat trok u aan deze baan?
Allereerst toch het imago van de haven, als grootste port van Europa, naast de veelzijdigheid van de functie. Ik werkte negentien jaar als zelfstandige, als interim-manager. Die wereld is in de loop van de jaren erg verhard, dat begon me tegen te staan.
Je werkt hier met en voor ondernemers, we willen hen helpen succesvol te zijn.
Waren de medewerkers hier niet bang? ‘Nu komt een interimmer reorganiseren.’
Zo worden interimmanagers nu vaak gezien, maar zo werkte ik niet. Ik was juist een bouwer. Wat wel eens stoorde is dat ik dan het fundament mocht leggen, maar dat een ander er een nieuw huis op ging bouwen. Dat wilde ik eindelijk eens zelf doen.

Maar net als een interim-manager zult u nu als directeur ook een opdracht gekregen hebben.
We moeten nieuw beleid ontwikkelen, meer leden werven, RPPC klaar maken voor de toekomst. De wereld en de haven veranderen – dus wij ook. 

Afgelopen dagen waren de IT-problemen bij APMT uitgebreid in het nieuws. Is dat een voorbeeld van de veranderende wereld?
Een zo grootschalige automatisering als op de Tweede Maasvlakte kwam in de logistiek later op gang dan in andere sectoren. De gebeurtenissen rond de cyberaanval zijn een waarschuwing. Het gaat daarbij niet alleen om de directe schade bij de bedrijven maar ook om de imagoschade voor de haven van Rotterdam. 
Overigens bewijst het bezoek aan de beurs in München dat het persoonlijke contact in de keten nog steeds belangrijk is. Er is een verschil tussen persoonlijk vertrouwen en digitaal vertrouwen. RPPC kan in dat verband tussen het persoonlijke en het digitale een rol spelen, juist ook bij die commerciële processen waar het digitale en het persoonlijke bij elkaar komen.

In wat voor sectoren hebt u gewerkt?
Vooral bij dienstverlenende partijen, zoals in de telecomsector, maar ook bij de invoering van een digitaal loket bij de belastingdienst. Ook daar speelde het persoonlijke een rol: hoe geef je 1,5 miljoen ondernemers het vertrouwen digitaal met de belastingdienst te communiceren.

Als u gewend was aan organisaties met de omvang van de Belastingdienst, waarom dan niet gesolliciteerd naar een sturende functie bij het Havenbedrijf?
Die behoefte voelde ik niet. Je werkt hier met en voor ondernemers, we willen hen helpen succesvol te zijn. Die rol zocht ik, en die rol bevalt me.

Wat moet er veranderen om RPPC succesvoller te laten zijn?
Om te beginnen, en ik gebruikte dat woord al, moeten we over leden in plaats van donateurs spreken. Donateurs maken iets mogelijk, ze geven geld aan een goed doel, maar het is een afstandelijke, eenzijdige relatie. Leden hopen iets van ons te krijgen: ondersteuning, vertegenwoordiging, kennis. Samen met de leden wil ik activiteiten ontplooien. We hebben net een kwalitatief onderzoek uitgevoerd onder onze leden. Wat blijkt is dat het netwerken, het van elkaar leren en samen kennis delen nog steeds heel belangrijk is – ook in tijden van social media. Dat kan bij netwerkborrels, bij kennisseminars, maar ook tijdens beurzen en promotiereizen. Vertrouwen is nog steeds gebouwd op menselijk contact – dat moeten we mogelijk blijven maken. 
Wel is het zaak dat we meer in segmenten, in branches gaan denken. Dat leden zich vinden in bloedgroepen, waar we nu wellicht nog te algemeen zijn. Ik kan me voorstellen dat we naast leden ook geassocieerde leden zullen kennen. Dat zijn geen hardcore havenbedrijven, maar ondernemingen die actief zijn in bijvoorbeeld de media of het vastgoed. Ik kan me sowieso een simpeler contributiemodel voorstellen. Nu is dat nog erg gericht op aantal werknemers, maar de omzet van een bedrijf zou de maatstaf moeten zijn.

Dat zijn vooral organisatorische veranderingen. Wat verandert er inhoudelijk?
De neiging is en blijft groot de unieke kwaliteiten van de haven te belichten in termen als kadelengte en overslagcijfers. Dat kan een kleine of beginnende onderneming echter ook afschrikken. Terwijl ook zij belangrijk zijn voor de haven. Daar moeten we, ook als RPPC, meer oog voor hebben. Een ander punt: ik had het toeval dat ik meteen naar Transport Logistics in München kon. Daar staan de Nederlandse partijen verstrooid over alle hallen. Ik kan me een groot Holland Paviljoen voorstellen, waar we alle Nederlandse partijen bij elkaar brengen, letterlijk onder één dak. Dat scheelt kosten en vergroot de uitstraling. Met Philips dat er een led-showcase van maakt, met Heineken dat de catering doet. De beursorganisatie staat ervoor open, begreep ik al.

En het Havendiner, dat blijft toch wel?
Natuurlijk!

Laatst gewijzigd: 06 juli 2017 13:10