Manon van Opdorp is directeur / eigenaar van Van Opdorp Transportgroep. Ze vertegenwoordigt de vierde generatie in de onderneming, die precies 90 jaar geleden werd opgericht.

Wat begon met paard en wagen is nu uitgegroeid tot een onderneming met 125 medewerkers, 90 trekkers en 130 opleggers. De transportgroep is nog steeds gevestigd in het Zeeuws-Vlaamse Sas van Gent. ‘Je moet met mensen uit de regio je geld kunnen verdienen.’

Vorige week was uitgebreid in het nieuws dat het lastig is personeel te krijgen in Zeeland. Er zijn wel vacatures, maar de arbeidsmarkt is te krap.
Dat zien wij ook: het is ook voor ons lastig goede chauffeurs te vinden. Daarom zijn we met collega-transportbedrijven uit de regio een collectief gestart en werken we gezamenlijk aan het werven van personeel. Ook het Sectorinstituut Transport en Logistiek heeft daarbij een rol. We richten ons bij het werven onder meer op zijinstromers. Daarnaast zijn er bij ons ook chauffeurs in dienst met een Vlaamse achtergrond, de Belgische grens is immers vlakbij.
 We willen de kwaliteit van de dienstverlening kunnen waarborgen. 
Daarnaast heeft Van Opdorp Transportgroep een eigen vestiging in België.
Klopt, we hebben een vestiging in Zelzate, net over de grens. In de jaren ’70 zijn we daar al gestart. Dat had in eerste instantie als reden dat we voor binnenlands vervoer in België met een vestiging in het land aan de vergunningen konden komen. Daarnaast merken we dat Belgische klanten soms graag met een Belgische onderneming zaken doen.

In het persbericht naar aanleiding van het jubileum staat dat alleen Nederlandse en Belgische medewerkers in worden gezet. Er staat letterlijk: ‘tegenwoordig is het haast uniek als er geen Oost-Europese chauffeurs voor je rijden’. Het zou wel het werven van personeel makkelijker kunnen maken.
Wellicht is dat zo, maar het is een bewuste keuze van ons. Chauffeur zijn betekent meer dan een vrachtwagen besturen. Het contact met de klant, het service-aspect, is minstens zo belangrijk, en daar hoort bij dat een chauffeur goed Nederlands (en in Frankrijk Frans) spreekt. We willen de kwaliteit van de dienstverlening kunnen waarborgen. Daarnaast vind ik het geen goed teken als je met de mensen in de regio waar je gevestigd bent je geld niet kunt verdienen. We hebben als bedrijf ook een functie in de lokale gemeenschap, wie hier zijn geld verdient geeft het hier ook weer uit.

Jullie zijn op veel terreinen actief: food, non-food, vacuüm transport, tanktransport en containervervoer. Is dat niet een heel breed palet?
Het is een breed palet, vooral omdat onze klanten dat verlangen. We willen hen een totaalpakket aanbieden. Zo is Cargill hier in Sas van Gent een van onze grootste klanten. Als wij voor hen bijvoorbeeld zetmeel vervoeren kan dat zowel als technisch product gelden en is het een bulkproduct, maar het kan ook als levensmiddel onderweg zijn. Dan is het transport aan andere regels gebonden. Zo is het service-aanbod van ons meegegroeid met de wensen van de klanten.

Jullie zijn sterk verbonden met de regionale economie rond het kanaal Gent-Terneuzen.

Het zou natuurlijk vreemd zijn als we niet voor bedrijven als Dow en Cargill zouden werken, maar ons achterland gaat tot in Frankrijk. Overigens verzorgen wij voor de bedrijven niet alleen het transport, maar ook de cleaning van tankopleggers – ook als die vrachtwagens niet voor ons rijden.

Is dat de kern van de ondernemingsfilosofie: kansen pakken waar je ze ziet?
Ja, dat doen we eigenlijk al sinds 1927. Aanvankelijk werden met paard en wagen oesters en mosselen naar Gent gereden, in 1933 volgde de overstap naar de eerste auto voor het transport van landbouwproducten. Door de watersnoodramp van 1953 en de barre winter van 1954 lag het scheepvaartverkeer praktisch stil en steeg de behoefte aan vervoer over de weg. De toenmalige directeuren stapten zelf in de wagen om met suiker te rijden – zo ontstond ons werk in de bulktransport. Bij de op- en overslag van containers zagen we een vergelijkbare dynamiek.

Laatst gewijzigd: 16 juni 2017 10:01