Blijft dat zo? Landen willen spoorvervoerders een voordeeltje geven, in de vorm van een lagere gebruiksvergoeding.

Dat maakt het aantrekkelijker goederen met de trein te laten vervoeren in plaats van met de vrachtauto. Onmiddellijk schiet de binnenvaart in een voorspelbare reactie. Als het spoorvervoer cadeautjes krijgt, hebben binnenschippers en -reders daar ook recht op. Er moet dus compensatie komen voor een voordeel dat een ander toevalt.

Tientallen jaren geleden liet mijn vader, zo eens per maand, glunderend drie kaartjes zien: één voor mij, één voor m’n broer en één voor pa zelf. Reynoldstribune stadion ‘De Meer’, of zeg ook maar gewoon Ajax. M’n zusje vond het, klein als ze was, niet eerlijk, waarop mijn vader zijn portemonnee trok en haar de tegenwaarde van één kaartje offreerde. Het was een weinig elegant gebaar, maar het geld werd in dank aanvaard. Naar voetbal taalde mijn zus niet; de tegenwaarde van een kaartje in speelgoed was veel interessanter.

Met zulke herverdelingsvraagstukken, want dat zijn het, hebben overheden op allerlei niveaus voortdurend te maken. Ambtenaren maken overuren teneinde te voorkomen dat één bevolkingsgroep er door een fiscale beleidsmaatregel veel meer op voor- of achteruit gaat dan de rest van de bevolking. Soms vliegen we, al dan niet opzettelijk, uit de bocht. De stad Rotterdam bijvoorbeeld wil werkenden een bonus geven van vijftig euro – omdat ze werken. Dat bedrag wordt hun pontificaal toegestopt, terwijl de niet-werkenden sip toekijken. Scheve gezichten, dus.

Terug naar binnenvaart en spoor. Ze trekken weliswaar samen op tegen het wegvervoer, maar kijven onderling over vermeende voordelen die de andere modaliteit zouden toevallen. Er zijn momenten waarop je dit gedrag niet meer helemaal serieus neemt, of de berichten erover voor kennisgeving aanneemt. Overheidsbeleid bestaat uit een oneindige reeks beslissingen waarbij nu de ene groep comptabelen en dan de andere even aan het langste eind trekt. Dat leidt tot een voortdurende uitruil van voor- en nadelen, die uiteindelijk wel in een soort redelijk en algemeen aanvaard evenwicht resulteert.

Mijn zusje kocht voor het Ajax-geld een popje, hield nog geld over voor een rol dropjes en bood mij daarvan eentje aan, geheel belangeloos. Een dag later kreeg ze van mij een zak bont gekleurde knikkers die ik op mijn zolderkamer bewaarde en zelf allang niet meer nodig had. Ze was blij met de knikkers. Om mee te spelen.

Laatst gewijzigd: 16 juni 2017 12:16