De nachtmerrie van elke kersverse autobezitter. Net een nieuwe auto gekocht om vervolgens in de krant te lezen dat er technische problemen zijn en er een terugroepactie zal plaatsvinden.

Al dat geld neergeteld voor een auto die achteraf niet goed blijkt. Gelukkig vindt de reparatie plaats op kosten van de fabrikant. Na een korte ingreep bij de autodealer kun je binnen de kortste keren met je heilige koe weer de weg op. Daarmee lijkt de kous af, maar douane-experts zullen dat direct tegenspreken. Het feest gaat nu pas echt beginnen.

Want wat gebeurt er vanuit douane-oogpunt? Als je een auto koopt van buiten de EU, ben je invoerrechten verschuldigd. Die worden berekend over de douanewaarde. Om een juiste douanewaarde vast te stellen die zo veel mogelijk overeenkomt met de werkelijke economische waarde van het goed, geeft het douanerecht spelregels. Het uitgangspunt is dat wat je feitelijk betaalt voor een goed, de basis vormt voor de douanewaarde. Als je dus korting krijgt van de verkoper, betaal je feitelijk ook minder en gaat de douanewaarde daardoor omlaag. 

In het geval van de terugroepactie geeft de fabrikant vaak een korting aan de autodealer op de eerder betaalde prijs, zodat de dealer de reparatie op de geleverde auto kan uitvoeren om het gebrek weg te nemen. Maar als de fabrikant een korting geeft, betekent dat ook dat je per saldo minder hebt betaald voor de auto bij invoer.

Waarom is dat nou douane-technisch interessant? Het douanerecht geeft de mogelijkheid tot terugbetaling van te veel betaalde douanerechten, als je binnen drie jaar na het doen van een invoeraangifte dat verzoek indient. Dat geldt ook wanneer de douanewaarde per abuis te hoog was vastgesteld. Maar vreemd genoeg niet voor goederen die achteraf gebreken blijken te vertonen. Daarvan zegt de wet dat je binnen één jaar om terugbetaling moet verzoeken. Een uitzondering die niemand kan rechtvaardigen. De douane wil de werkelijke economische waarde belasten, maar in het geval van kortingen – als gevolg van gebreken – wordt dat principe genegeerd. 

Tot een importeur dat niet langer accepteerde en in beroep ging. De kwestie ligt nu bij het Hof van Justitie en de advocaat-generaal (A-G) heeft een gewaagde conclusie genomen. Kort samengevat: beperking van terugbetaling bij gebreken is niet consistent met de wettelijke hoofdregel, uitzondering op die hoofdregel is nutteloos en niet noodzakelijk, dus ongeldig. Conclusie: importeur heeft gelijk. 

Normaal geniet ik ervan als een A-G zich zo direct en ongenuanceerd durft uit te spreken over wat hij vindt. Maar toch sta ik niet direct te springen. Net zo min als de importeurs, van wie je eigenlijk zou verwachten dat ze feest stonden te vieren door deze enorme doorbraak. De reden daarvan is dat de wet inmiddels is aangepast en sinds 1 mei 2016 geldt dat de hoofdregel een terugbetaling van één jaar toekent. Dus een ontzettend grote doorbraak met een heel beperkt effect. Zo beperkt, dat ik me steeds meer afvraag of de A-G ook zo’n gewaagde conclusie had durven nemen als de wet vorig jaar niet was aangepast. Hoe meer ik erover nadenk, hoe meer deze heldendaad lijkt te verworden tot een pyrrusoverwinning. 

Met een schuin oog naar deze Griekse helden-analogie, troost ik me met de euforische gedachte dat ik de grootste overwinning van deze eeuw met eigen ogen heb mogen aanschouwen: hattrick Dirk Kuijt, shirtsponsor bekende autodealer, Feyenoord Landskampioen 2016/2017 in eigen Kuip en ik was erbij!

Laatst gewijzigd: