Het Britse bedrijf Hybrid Air Vehicles heeft de proefvluchten met het luchtschip Airlander 10 deze maand hervat.

Vorig jaar verongelukte het prototype bij de tweede testvlucht. Het bedrijf heeft negen maanden uitgetrokken om de schade aan het luchtschip, vooral aan de cockpit en het landingsgestel, te herstellen. Ook zijn er modificaties aangebracht aan de besturing.

De eerste testvlucht na de crash was rond de thuisbasis in het Britse Cardington en  nam 2,5 uur in beslag.

Hybrid hoopt in 2021 jaarlijks tien Airlanders-10, capaciteit tien ton, te produceren tegen een kostprijs van rond de 33 miljoen euro per stuk. Het grote voordeel van het luchtschip is dat er geen kostbare luchthaveninfrastructuur nodig is en de brandstofkosten laag zijn. Daarnaast wordt al gewerkt aan de ontwikkeling van grotere versies, zoals de Airlander-50 met een vrachtcapaciteit van zestig ton.

Laatst gewijzigd: 19 mei 2017 10:22