De Nederlandse scheepsbouwsector krijgt dit jaar een nog diepere orderval te verduren. De orderintake van Nederlandse werven is sinds de jaren '80 niet zo laag geweest.

Dat meldt brancheorganisatie Netherlands Maritime Technology (NMT). 

De wereldwijde scheepsbouwindustrie zit sinds 2015 in een diepe crisis als gevolg van overcapaciteit, de lage olieprijs en een afname van de wereldwijde handelsgroei. Die crisis kreeg in 2016 'meer vat' op de Nederlandse werven, zo meldt de organisatie.

De omzet van de Nederlandse scheepsbouwindustrie, inclusief toeleveranciers, is in 2016 met 14% gedaald, van 8,2 naar 7,1 miljard euro. Die omzetdaling heeft veel scheepsbouwers doen ingrijpen in hun organisatie om de kosten terug te dringen. Zo snijdt Damen in zijn bezetting op de Rotterdamse en Vlissingse reparatiewerven, heeft Royal IHC binnen de gehele groep honderden banen geschrapt en zag scheepswerf De Hoop zich genoodzaakt de kleinere werf in het Groningse Foxhol te sluiten. Volgens NMT is de werkgelegenheid daardoor gedaald van 31.100 naar 29.400 FTE's en dat aantal loopt nog verder af, omdat  veel saneringsprocessen in dit jaar doorlopen. 

Zeevaart
In de zeescheepvaart (zeegaande schepen groter dan 100 GT, red.) is de orderintake vorig jaar verder gedaald naar 42 schepen, ten opzichte van 64 schepen in 2015. De waarde van die orders nam ook af, namelijk met 51 miljoen euro tot een totaal van 642 miljoen euro.  

De orders bestaan grotendeels uit shortsea en offshore schepen, waarbij het zwaartepunt bij de vrachtschepen ligt. Nederlandse werven hebben momenteel vijftig vrachtschepen zoals droge lading en tankschepen in de orderboeken staan. De schepen worden onder andere gebouwd door de Groningse werf Ferus Smit, die in oktober nog een order voor vier chemicaliëntankers voor Thun Tankers binnenhaalde, één van de vaste klanten van het bedrijf . Naast de vrachtschepen staan er verder veertien baggerschepen, twaalf offshore service schepen en dertig slepers en werkbootjes voor bijvoorbeeld offshore windindustrie in de boeken. Die worden onder andere door Royal IHC gebouwd. 

Wel werden er afgelopen jaar meer schepen opgeleverd door de zeescheepsbouwers. Dat komt doordat 2015 een hogere orderintake kende dan 2014. Het aantal opleveringen kwam uit op 72 schepen met een totaal brutotonnage van 287.000 ton. Een stijging van bijna 10% ten opzichte van 2015.

Een harde klap viel binnen de reparatie van zeeschepen. Veel reders stellen het onderhoud vanwege de slechte marktomstandigheden uit. De omzet van de Nederlandse reparatiewerven daalde 552 naar 442 miljoen euro. In 2015 konden de reparatiewerven nog rekenen op werk van de offshore-industrie, maar dat is inmiddels opgedroogd.

De reparatiewerven wachten al jaren op de 'hausse' aan retrofits van scrubbers en ballastwatersystemen, maar ook deze investeringen weten de reders zoveel mogelijk uit te stellen. Zo halen veel scheepseigenaren hun vijfjaarlijkse inspectie van schepen naar een datum vóór 8 september dit jaar zodat zij de aanschaf van een ballastwatersysteem met vijf jaar kunnen uitstellen. 

Binnenvaart 
De werven die zich richten op de binnenvaart, visserij en de kleine zeeschepen (kleiner dan 100 GT) presteerden iets beter, met name door de licht aantrekkende binnenvaartmarkt. 

Hoewel in de binnenvaart de riviercruiseschepen lange tijd de werkverschaffers waren, worden er nu juist weer meer vrachtschepen gebouwd. Het aantal opgeleverde vrachtschepen steeg licht naar 35 schepen, waarvan er tevens 34 nieuwe werden besteld. 'Een redelijk normaal getal na de piek van 46 schepen in 2015', stelt NMT. Het aantal opgeleverde riviercruiseschepen daalde juist, van vijftien naar negen schepen. Ook het orderboek daalde licht, namelijk van veertien naar twaalf nieuwe bestellingen.

Ook de 670 Nederlandse maritieme toeleveranciers zien als gevolg van de krimp hun omzet flink afnemen. Gezamenlijk zagen zij hun omzet met 20% dalen tot 3,5 miljard euro.

Vooruitzicht
Volgens NMT doet Nederland het ondanks de moeilijke markten relatief gezien redelijk. Want hoewel het aantal orders met 12% is afgenomen, ligt dat getal wereldwijd gemiddeld op 70%. 'Ondanks de gedaalde orderintake deed Nederland het in Europa niet slecht, met een vijfde plaats qua nieuwe orders', schrijft NMT. 

De vooruitzichten zijn volgens de organisatie moeilijk in te schatten. 'Hoewel gemiddeld de trend krimpend is, zijn er nog steeds niche markten waar Nederland (en Europa) het uitzonderlijk goed doet zoals de megajachtbouw, visserij, marinebouw, het baggersegment en de cruise industrie (inclusief riviercruises).'

Wel speelt er een aantal positieve ontwikkelingen. Zo zijn de vrachtenmarkten, met name de container- en droge ladingmarkt, weer langzaam aan het herstellen. Dat zal de scheepsbouw overigens niet direct merken. Doorgaans heeft de industrie last van na-ijleffecten. 

Laatst gewijzigd: 18 mei 2017 16:13