Europese reders willen dat ook na Brexit de vrije doorstroom van goederen en maritiem personeel tussen Europese lidstaten en Groot-Brittanië behouden blijft.

Zonder die regeling komt volgens hen de concurrentiepositie van de Europese rederijen in het gedrang. De vrees bestaat nu al dat er aan de overkant van het Kanaal een aantrekkelijk scheepvaartcentrum zal ontstaan, met gunstige fiscale en beleidsmatige regelingen. De Europese Unie voert relatief gezien immers een zeer streng beleid. Als hierboven op ook nog handelsbarrières tussen het vaste land en Groot-Brittannië komen zou dit de positie van de rederijen nog verder verslechteren.

De reders pleiten er daarom voor de situatie zoals die nu is zoveel mogelijk te behouden. Drie prioriteiten zijn in ieder geval de vrije doorstroom van goederen, de vrije beweging van zeevarenden, walpersoneel en passagiers en de instandhouding van toegang tot binnenlandse routes en de offshore sector. 

De European Community of Shipowners' Associations (ECSA) wijst erop dat  handelsbarrières zoals douanecontroles tot 'ernstige congestie' in de Britse havens kunnen leiden omdat deze havens 'niet de ruimte hebben om de vrachtwagens en trailers te stallen in afwachting van inklaring.' Volgens ECSA vervoert de scheepvaart de helft van de Britse im- en exportgoederen en is die markt sinds het opheffen van douane- en gezondheidsinspecties in 1993 met 300% gegroeid.

De reders vrezen verder dat een waarschijnlijk strenger grensbeleid problemen kan opleveren voor het bemannen van de schepen, met name voor bemanningsleden van buiten Europa. 'Zeevarenden moeten gemakkelijke toegang tot Groot-Brittannië krijgen', stelt ECSA. Ook voor ferrypassagiers vinden zij strenge visaprocedures onwenselijk.

Laatst gewijzigd: 18 mei 2017 11:54