ECT heeft een stevige positie verworven in het vaarschema van THE Alliance. Het overslagbedrijf kan rekenen op drie van de vijf Verre Oosten-loops en beide trans-Atlantische diensten.

De overige twee Verre Oosten-loops zijn bij Rotterdam World Gateway (RWG) ondergebracht. Dat bevestigt Hapag-Lloyd, de grootste rederij in de alliantie die verder bestaat uit UASC, Yang Ming en de Japanse Carriers MOL, NYK en "K" Line.

Ook Ocean Alliance, de grootse van de drie allianties, heeft het zwaartepunt bij het bedrijf neergelegd. Vier van de zes Verre Oosten-diensten van deze samenwerking, die bestaat uit CMA CGM, Cosco, Evergreen en OOCL, gaan naar ECT. De overige twee naar RWG.

Opvallend is dat THE Alliance al zijn bezoeken aan ECT concentreert op de ECT Delta terminal, terwijl de Ocean Alliance de Verre Oosten-loops gelijk heeft verdeeld over de Delta en de Euromax terminal. Elk krijgen zij er twee. 

ECT verkocht vorig jaar een belang van 35% in de Euromax terminal aan Cosco Shipping Ports (voorheen Cosco Pacific), omdat de terminaloperator vreesde lading kwijt te raken door het ontbreken van een directe link met een rederij. 

Uit een analyse van Drewry blijkt achteraf bezien dat de keuze voor havens en terminals vaak geen logisch verband houdt met de directe terminalbelangen van de carriers. 'Onze analyse laat zien dat zelfs wanneer een rederij een significant belang heeft in een terminal, dat niet noodzakelijk betekent dat de haven is geselecteerd voor het vaarschema', zegt onderzoeker Neil Davidson. Hij merkt daarbij wel op dat het beeld gevarieerd is en in sommige gevallen juist een nauwe band te zien is.

In dit kader is het ook opmerkelijk dat de Ocean Alliance niet alle vier Verre Oosten-loops die naar ECT gaan, bij de Euromax terminal heeft ondergebracht. Cosco heeft immers alleen een belang in deze specifieke terminal. 

Laatst gewijzigd: 05 april 2017 14:46