Vorige week reikte de Verenigde Nederlandse Cargadoors (VNC) Quality Standard Certificaten uit aan 22 cargadoors. Marco Tak, die inmiddels 4,5 jaar voor de VNC werkt, schetst de achtergrond.

Waarom dit kwaliteitskeurmerk voor cargadoors?
Vanuit de verschillende overheden worden geen criteria geformuleerd waaraan cargadoors moeten voldoen. Dat is opvallend, en in onze ogen een omissie, gezien het feit dat uiteindelijk enorme handelsstromen ‘door de handen’ van cargadoors gaan. Natuurlijk, er zijn verplichtingen, denk aan het aanmelden bij de havenmeester van een schip, maar er is geen toetsing op de kwaliteit van de scheepsagent.

Hoe is het keurmerk ontstaan?
In 2007 is de overkoepelende wereldwijde vereniging van cargadoors, FONASBA, gestart met het opzetten van het systeem. Wereldwijd zijn criteria vastgelegd waaraan cargadoors moeten voldoen als ze in aanmerking willen komen voor dit keurmerk. De toetsing geschiedt nationaal, maar de belangrijkste criteria worden door FONASBA vastgesteld.

Zijn er veel onbetrouwbare partijen actief in onze havens?
Je moet in elk geval voorkomen dat het fout kan gaan. Het gaat overigens niet alleen om het al dan niet betrouwbaar zijn. Onderdeel van het beoordelingsproces is ook het geven van inzage in de financiële prestaties van de onderneming. Je hoopt te voorkomen dat een partij plotseling omvalt. En ten slotte gaat het niet om een keuring alleen in Nederland, het kwaliteitskeurmerk is een internationale standaard, dus ook voor partijen in havens waarvan je niet direct als verlader of reder kunt beoordelen hoe betrouwbaar de onderneming is. Dan geldt een kwaliteitskeurmerk als waarborg.

Waarom dan nu pas, als het keurmerk duidelijk in een behoefte voorziet?
We waren in Nederland ook al met dit thema bezig. Lang hoopten we als VNC dat de politiek deze regelgeving op zich zou nemen. Ook spraken we over eigen criteria en regels. We besloten echter de FONASBA-criteria te omarmen, wat overigens altijd nog ruimte biedt voor strengere eisen als we vinden dat Nederland dat aan zijn stand verplicht is. Een belangrijk punt is dat partijen als Bimco (het Baltic and International Maritime Council) en INTERTANKO het keurmerk erkennen. Cargadoors onderscheiden zich duidelijk met het kwaliteitskeurmerk.

Nu Nederland meedoet komt het aantal lidstaten dat het kwaliteitsregister ondersteunt uit op 27.
Correct – met in totaal 450 bedrijven die op dit moment aan de eisen voldoen.

Er ontbreken nog wel wat landen: Canada, Noorwegen, China…
Klopt, maar ik weet dat een aantal landen nog met de implementatie bezig is. Hoe meer landen deelnemen, des te hoger wordt de druk op die landenorganisaties die nog niet meedoen.

Wat zijn in Nederland de eisen?
Allereerst moet je lid zijn van een van de regionale verenigingen, zoals de VRC of ORAM. Daarnaast is er een uitgebreide financiële toetsing. Bedrijven moeten voorts de code of conduct onderschrijven en, heel belangrijk, een goede aansprakelijkheidsverzekering kunnen overleggen. We toetsen ook de bekwaamheid van het personeel: wat is het kennisniveau, komt het personeel van opleidingen  die vakwerk leveren? Hoe zit het met na- en bijscholing, wordt er op een goed niveau Engels gesproken, is men op de hoogte van douanewetgeving? Op dat soort vragen zoeken we antwoorden.

FONASBA wil dat partijen elke twee jaar worden getoetst.
In Nederland is dat elk jaar. Dat is een voorbeeld van een criterium waarop wij strenger handhaven dan internationaal vereist wordt.

Als een van de 22 bedrijven volgend jaar niet meer voldoet?
Dan gaan we met de directie in gesprek en moet de onderneming een verbeterplan presenteren.

 

Laatst gewijzigd: