Het aangekondigde kort geding van FNV en CNV tegen de overslagbedrijven APMTR en APMT MVII vindt pas over ruim een maand plaats, op 21 maart.

Dit meldt FNV Havens op zijn site, die eraan toevoegt zich te realiseren dat die datum ‘nog relatief ver weg is’. Inzet van de rechtszaak is de baangarantie die beide overslagbedrijven via een aanvulling op individuele arbeidsovereenkomsten tegenover hun personeel hebben afgegeven. Daarmee rijden de APMT-stuwadoors volgens de bonden het streven naar een centraal akkoord voor de Rotterdamse containersector in de wielen.

De bonden beroepen zich op een clausule in de cao, die bepaalt dat dergelijke overeenkomsten alleen met hen mogen worden afgesloten. De APMT-bedrijven gaven de onvoorwaardelijk ontslagbescherming tot 2020 af na onderhandelingen met de ondernemingsraden.

Op de site noemt de bond drie redenen waarom er pas tegen eind maart een datum voor een kort geding gevonden kon worden. De mogelijkheden voor het inplannen van een kort geding zijn bij de rechtbank ‘sowieso beperkt’ en verder hebben betrokken partijen allerlei ‘verhinderdata’ doorgegeven, aldus de bond.

Andere spelbreker bleek een bezoek van FNV Havens aan een zusterbond in Australië: ‘Zonder die reis was het wellicht mogelijk geweest om het kort geding op 7 maart 2016 te laten plaatsvinden’. FNV-bestuurder Joost van der Lecq zegt dat het geding wat hem betreft ook voor of kort na die reis had kunnen doorgaan, maar waren andere partijen dan weer verhinderd of zat de agenda van de rechtbank al vol.

Laatst gewijzigd: 19 februari 2016 11:26