Pas op met onnodige regels, stelt Betty de Boer, Kamerlid voor de VVD en speciaal rapporteur van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu.

Op 17 oktober 1868 sloten de zogenaamde Rijnoeverstaten in het Duitse Mannheim een verdrag ter herziening van de Rijnvaartakte (getekend in 1831). Het verdrag staat sindsdien bekend als de Akte van Mannheim. De nieuwe Akte zorgde voor een veilige en vrije doorvaart  op de Rijn waardoor de handel van de aangesloten landen kon bloeien. Daarmee werden de beginselen gelegd voor een vrije en gemeenschappelijke transportmarkt. Ondanks de oorlogen die er in het verleden werden gevoerd, waar ook de Rijnoeverstaten bij betrokken waren,  houdt dit verdrag al meer dan 100 jaar stand. Dit is op zichzelf al heel bijzonder. 

Het verdrag is in de 21e eeuw nog steeds actueel. Het gaat immers over meer dan 10.000 binnenvaartschepen die de Rijn bevaren en goederen vervoeren tussen de Rijnoeverstaten. Goederen die daardoor niet (meer) over de weg hoeven te worden vervoerd. De binnenvaart is daarmee een belangrijke factor in de nauwe handelsrelatie tussen Duitsland (specifiek Nordrhein-Westfalen) en Nederland.

Ook is de binnenvaart goed voor het milieu. De motoren van binnenvaartschepen worden steeds schoner, wat de binnenvaart tot een duurzame sector maakt. De voordelen van en het potentieel voor onze handel en ons milieu maakt dat we als Rijnoeverstaten de binnenvaart moeten blijven omarmen en koesteren als duurzame transportsector. Met het dichtslibben van wegen zit er immers groei in de binnenvaart. De aan de Rijn grenzende landen moeten daarom durven blijven investeren in de infrastructuur van rivieren. Het gaat onder meer over  sluizen, sluisbediening,  baggeren en andere infrastructurele waterwerken.

De Akte van Mannheim bewijst dus nog steeds haar waarde maar daar is inmiddels een kanttekening bij te maken. De regelgeving in de Akte is van oudsher bedoeld om een veilige en vrije doorvaart  op de Rijn te garanderen. De Centrale Commissie voor de Rijnvaart, belast met het opstellen van de beginselen en regels voor de binnenvaart op de Rijn, wil de bestaande regelgeving nu aanscherpen.

Deze nieuwe regels zijn op punten echter bijzonder gedetailleerd en zadelen de schippers op met onnodige kosten. Sterker nog, sommige regels zijn dermate moeilijk uitvoerbaar dat met name de kleinere binnenvaartschepen zich gedwongen zien om te stoppen met varen. Dit   terwijl  de kleinere schepen tot in de kleinste haarvaten van het rivierennet kunnen doordringen. 

De vraag is nu: is dit de bedoeling van regelgeving? De voorgestelde regels gaan inmiddels zover dat ze onder meer de hoogte van een stuurhuis, de getintheid van de ruiten, de grootte van de slaapkooien, de stand van een bed en de hoeveelheid mensen die in een kooi mogen slapen bepalen. Een schipper verwoordde dit treffend in een gesprek met mij door op te merken: 'Zo kan ik in mijn eigen slaapkooi straks niet meer over mijn vrouw heen.'

De Algemeene Schippers Vereeniging heeft een lijst met maar liefst 140 onnodige maatregelen opgesteld die niet bijdragen aan een veilige en vrije doorvaart op de Rijn die door de Akte van Mannheim al 100 jaar gewaarborgd wordt. Deze 140 maatregelen jagen de schippers enkel onnodig op kosten en leiden tot regels die onmogelijk uitgevoerd kunnen worden, met name door de kleinere binnenvaartschepen.

Een treffende vergelijking is te maken met de monumentenzorg. Monumentale gebouwen breken we toch ook niet af omdat ze niet aan de allernieuwste eisen in de bouwregelgeving kunnen voldoen?

Laatst gewijzigd: 27 november 2014 11:11